ESSAYS

Gevangen in een eeuwig heden

Over Kapitaal en ideologie van Thomas Piketty

Matthias Somers

‘De meest onrechtvaardige belasting die er bestaat’

Over erfbelasting

Sem de Maagt, Ingrid Robeyns

Toptarieven

Over Mr Five Per Cent. The Many Lives of Calouste Gulbenkian van Jonathan Conlin

Daniël Rovers

Plaagpachten

Over belastingheffing in de ‘Gouden Eeuw’

Maarten Hell

Het bruisende platteland

Countryside, The Future in het Guggenheim New York

Laura Herman
Home

Download het volledige nummer


De Witte Raaf

nr. 205
Editie mei-juni 2020



Belastingen

Het kost onvoorstelbaar veel geld om mensen binnen te houden. Winkels blijven leeg of gesloten, caféstoelen onbezet, musea kunnen alleen hun gevels tonen. Van de ene dag op de andere heerst stilte in plaats van bedrijvigheid. De cultuursector verkeert in zwaar weer. Het heeft even geduurd voor de eerste steunmaatregelen er kwamen, terwijl het draagvlak voorlopig groot lijkt. Zelfs 37 procent van De Telegraaf-lezers vond dat er nu méér geld voor cultuur uitgetrokken mocht worden. Woede was er over internationale ondernemingen die louter oog hadden voor aandeelhouders, en vervolgens hun hand ophielden bij de overheid. Dat grootbedrijven erin slagen zo weinig mogelijk belasting te betalen, is voor velen tot daaraan toe, maar moesten belastingbetalers die belastingvlucht ook nog met miljarden gaan belonen?

Er zal veel over belastingen gesproken worden de komende tijd, en dat is een vervelend onderwerp. Niemand vult met plezier zijn aangifteformulieren in. Zelfs specialisten hebben geen geruststellende boodschap. In de bundel Ontwerp voor een beter belastingstelsel (2019) hekelden samenstellers Sybren Cnossen en Bas Jacobs het gebrek aan transparantie van het Nederlandse fiscale systeem. Ze noemden het, met boekhoudkundige directheid,  een ‘jungle, waarin belasting betalen vooral een last is voor dommen en armen, aangezien zij het spoor eerder bijster raken’.

Het lijkt onmogelijk om toegankelijk en levendig over belastingen te schrijven. Achter het jargon, dat soms bedoeld lijkt om de status quo in stand te houden, gaat een wereld van scheve verhoudingen schuil: waarom wordt pensioenopbouw weinig belast, waardoor er minder geld overblijft voor onderwijs? Waarom verschilt de vennootschapsbelasting per Europees land, waardoor multinationals winsten kunnen verschuiven, en kleinbedrijven niet? Waarom duurt het zo lang om over een (bescheiden) CO2-heffing na te denken, terwijl (peperdure) elektrische auto’s gesubsidieerd worden? Waarom is er wel BTW op boeken en theatervoorstellingen, en niet op financiële transacties, wat veel meer geld in het laatje zou brengen?

Daarnaast is er het alomtegenwoordige – en niet altijd per se onterechte – wantrouwen ten opzichte van bureaucratieën. Schrijnend waren in Nederland de verhalen van belastingbetalers die abusievelijk beschuldigd werden van fraude met zorgbudgetten, vervolgens op nul begrip konden rekenen en door hun eigen overheid werden geruïneerd. En dat terwijl de belastingdienst actief samenwerkt met multinationals en rocksterren, die via een Nederlandse brievenbusvestiging winsten wegsluizen. Nederland een belastingparadijs? Niet voor de burgers die hardhandig aan hun belastingplicht worden herinnerd. Toch is het belangrijk erop te wijzen dat dit alles teruggaat op financieel beleid, uitgestippeld door politici die kiezers verleiden met het idee dat minder overheid tot een eerlijkere wereld leidt. De belastingdienst mag vervolgens de zonden op zich laden: het zijn altijd weer ‘de rigide ambtenaren’ die het hebben gedaan.

David Foster Wallace heeft prachtige passages gewijd aan belastingambtenaren in zijn postume roman De bleke koning. Dat boek speelt zich af in de jaren tachtig, toen ‘rebel’ Ronald Reagan de strijd aanbond met de overheid waarvan hij zelf deel uitmaakte, en pleitte voor minder bemoeizucht en lagere belastingtarieven. Ondertussen werd het defensiebudget de hoogte in gejaagd. Hoe viel dat vol te houden? De belastingdienst ging steeds meer functioneren als winstgericht bedrijf. Wallace suggereert dat deze voodoo economics alleen kunnen werken met hulp van paranormaal begaafde belastinginspecteurs.

Dit nummer gaat over belastingen, over de kunst van de juiste verhoudingen, over familierelaties, geweld, verlangen, magie en bezit. Matthias Somers bespreekt Kapitaal en ideologie van stereconoom Thomas Piketty. Piketty heeft belastingen de ‘belangrijkste politiek-filosofische kwestie’ genoemd, en gesuggereerd dat de staatsschuld, die nu geleend wordt van de allerrijksten op deze wereld, directer afgebouwd kan worden door een mondiale belasting op kapitaal in te voeren. Somers analyseert de historische analyse van Piketty, die laat zien hoe de verabsolutering van eigendomsrechten kapitaalkrachtigen beschermt tegen maatschappelijke eisen tot herverdeling. Toch blijkt dat Piketty zich nog steeds binnen het denkkader van de besproken ideologie ophoudt: de wereld is en blijft een markt, zij het dat die aan iedereen gelijke kansen zou moeten bieden.

Over bezit, en de mogelijkheid dat bezit door te geven aan je kinderen, schrijven Sem de Maagt en Ingrid Robeyns. Is een erfenis werkelijk als een prachtige stem die je toevallig van je vader meekrijgt, en waar je in alle vrijheid van moet kunnen genieten, zoals Milton Friedman argumenteerde? Jordan H. Carver laat door middel van een interview zien hoe steeds vaker kostbare kunstwerken in zogenaamde vrijhavens worden gestald. Zo ontwijken rijke kunstverzamelaars belastingen en raakt de oude rol van de mecenas die publieke musea ondersteunt in de verdrukking.

Daniël Rovers voert mecenas en oliemagnaat Calouste Gulbenkian ten tonele, die er zo op gebrand was géén belastingen te betalen dat hij in de handen werd gedreven van een dictatoriaal regime. De biografie van Gulbenkian en zijn verzameling toont dat erfenissen zeker ook een manier zijn om macht uit te oefenen, zoals De Maagt en Robeyns betogen. Maarten Hell schrijft – aan de hand van een ets van Rembrandt – over de belastingdruk op Jan met de pet in de zeventiende eeuw. Waar de gewone man via genoten glazen bier en wijn een flinke duit belasting betaalde, bleven de allerrijksten gevrijwaard van heffingen op hun behaalde winsten. Wie in opstand kwam, mocht op de knoet, de galg of verbanning naar Suriname rekenen.

Het nummer wordt afgesloten met Laura Hermans bespreking van de tentoonstelling Countryside, The Future van Rem Koolhaas en AMO in New York. Daar bleef de politiek-fiscale kant van het platteland onderbelicht. Het verzet van de Gele Hesjes is bijvoorbeeld direct terug te voeren tot fiscaal beleid. Wie kan een stijging van de brandstofaccijns verdedigen, hoe noodzakelijk ook, terwijl de topvermogensbelasting daalt? En waarom schieten hotels als paddenstoelen uit de grond in Amsterdam, terwijl dorpsbibliotheken in Friesland moeten sluiten?

Daniël Rovers